Begrippen uit de minimumdoelen:
| Begrip | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Canon | Bij een canon zingt of speelt een tweede groep hetzelfde lied, maar ze starten later dan de eerste groep. | “Vader Jacob” in twee groepen zingen. Groep 1 start en 3 tellen later start groep 2 met zingen. |
| Melodische lijn | Een melodische lijn is de horizontale opeenvolging van muzieknoten die samen een herkenbaar geheel vormen. Deze lijn kan verschillende vormen aannemen: • Stijgend: De noten worden geleidelijk hoger. • Dalend: De noten worden geleidelijk lager. • Golvend: Een combinatie van stijgen en dalen (zoals bij veel popliedjes). • Statisch: De melodie blijft op vrijwel dezelfde toonhoogte hangen | Een melodie die steeds hoger klinkt. |
| Motief | Een motief is een kort muzikaal stukje dat vaak herhaald wordt in een lied of muziekstuk. | Het bekende “ta ta ta taa” van Beethoven. |
| Solo | Een solo betekent dat één persoon alleen zingt of speelt. | De gitaarsolo in een nummer zoals in Stairway to heaven |
| Ensemble | Een groep van twee of meer muzikanten en/of vocalisten die samen muziekstukken uitvoeren. | Bijvoorbeeld een strijkkwartet. |
| Componist | Een componist is iemand die muziek schrijft of maakt. | Mozart schreef klassieke muziek. |
Richtinggevende woordenschat:
| Begrip | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Fade-in | Bij een fade-in begint muziek stil en wordt ze geleidelijk luider. | Muziek die langzaam opkomt bij het begin van een film. |
| Fade-out | Bij een fade-out wordt muziek geleidelijk zachter tot ze stopt. | Een lied op de radio dat langzaam wegsterft aan het einde. |
| Zware tel | De zware tel is de tel in een maat die extra nadruk krijgt. | Bij een wals krijgt tel 1 extra nadruk. |
| Strijkers | Strijkers zijn instrumenten waarbij snaren met een strijkstok bespeeld worden. | Viool en cello. |
| Tokkelinstrumenten | Tokkelinstrumenten zijn instrumenten waarbij de snaren getokkeld worden. | Gitaar of harp. |
| Harmonie | Harmonie ontstaat wanneer verschillende tonen tegelijk mooi samen klinken. Het zorgt ervoor dat muziek voller klinkt. | Meerdere leerlingen zingen verschillende tonen die samen goed passen. |
| Cadens | Een specifieke reeks van akkoorden die gebruikt worden om een stuk muziek af te sluiten. Het is als het ware een muzikale punt achter een zin of een alinea. | Op het einde van een lied hoor je dat de muziek echt stopt en niet verder moet gaan. |
| Muzikale zin | Een muzikale zin is een stukje melodie dat samen hoort, net zoals een zin in taal. Vaak hoor je een kleine pauze voor de volgende muzikale zin begint. | Een kort stukje van een lied dat je in één adem kan zingen. |
| Interval | Een interval is het verschil tussen twee tonen. Sommige tonen liggen dicht bij elkaar, andere verder uit elkaar. | Het verschil tussen do en re is klein, tussen do en sol groter. |
| Thema | Het thema is de hoofdmelodie of het belangrijkste muzikale idee van een muziekstuk. Vaak hoor je dit meerdere keren terugkomen. | De herkenbare melodie van een film of tekenfilm. |
| Sopraan | De sopraan is de hoogste zangstem. | Hoge kinderstemmen of de stem van een vrouw. |
| Alt | De alt is een lagere vrouwen- of kinderstem. | Leerlingen die lager zingen dan de sopraan. |
| Tenor | De tenor is een hoge mannenstem. | |
| Bas | De bas is de laagste mannenstem. | |
| Intro | De intro is het begin van een lied of muziekstuk. | Een instrumentale opening voor er gezongen wordt. |
| Outro | De outro is het einde van een lied of muziekstuk. | |
| Bridge | Een bridge is een stukje muziek dat twee delen van een lied verbindt. | Een afwisseling tussen refrein en strofe |
| Symfonie | Een symfonie is een groot klassiek muziekstuk voor orkest. | |
| Opera | Een opera is een voorstelling waarin verhaal en zang gecombineerd worden. | De opera Carmen, The Barber of Seville |
| Concerto | Een concerto is een muziekstuk waarbij één instrument centraal staat en begeleid wordt door een orkest. | Een viool die solo speelt terwijl een orkest de begeleiding verzorgt. |
| Rondo | Een rondo is een muziekvorm waarbij hetzelfde stukje muziek telkens terugkomt tussen andere stukken door. | A-B-A-C-A. |