6.2.1 De leerlingen kennen de volgende begrippen: een canon, de melodische lijn, het motief, de solo, het ensemble, de componist.

Gepubliceerd op 20 mei 2026 om 17:45

Begrippen uit de minimumdoelen:

Begrip Uitleg Voorbeeld
Canon Bij een canon zingt of speelt een tweede groep hetzelfde lied, maar ze starten later dan de eerste groep. “Vader Jacob” in twee groepen zingen. Groep 1 start en 3 tellen later start groep 2 met zingen.
Melodische lijn Een melodische lijn is de horizontale opeenvolging van muzieknoten die samen een herkenbaar geheel vormen. Deze lijn kan verschillende vormen aannemen: • Stijgend: De noten worden geleidelijk hoger. • Dalend: De noten worden geleidelijk lager. • Golvend: Een combinatie van stijgen en dalen (zoals bij veel popliedjes). • Statisch: De melodie blijft op vrijwel dezelfde toonhoogte hangen Een melodie die steeds hoger klinkt.
Motief Een motief is een kort muzikaal stukje dat vaak herhaald wordt in een lied of muziekstuk. Het bekende “ta ta ta taa” van Beethoven.
Solo Een solo betekent dat één persoon alleen zingt of speelt. De gitaarsolo in een nummer zoals in Stairway to heaven
Ensemble Een groep van twee of meer muzikanten en/of vocalisten die samen muziekstukken uitvoeren. Bijvoorbeeld een strijkkwartet.
Componist Een componist is iemand die muziek schrijft of maakt. Mozart schreef klassieke muziek.

Richtinggevende woordenschat:

Begrip Uitleg Voorbeeld
Fade-in Bij een fade-in begint muziek stil en wordt ze geleidelijk luider. Muziek die langzaam opkomt bij het begin van een film.
Fade-out Bij een fade-out wordt muziek geleidelijk zachter tot ze stopt. Een lied op de radio dat langzaam wegsterft aan het einde.
Zware tel De zware tel is de tel in een maat die extra nadruk krijgt. Bij een wals krijgt tel 1 extra nadruk.
Strijkers Strijkers zijn instrumenten waarbij snaren met een strijkstok bespeeld worden. Viool en cello.
Tokkelinstrumenten Tokkelinstrumenten zijn instrumenten waarbij de snaren getokkeld worden. Gitaar of harp.
Harmonie Harmonie ontstaat wanneer verschillende tonen tegelijk mooi samen klinken. Het zorgt ervoor dat muziek voller klinkt. Meerdere leerlingen zingen verschillende tonen die samen goed passen.
Cadens Een specifieke reeks van akkoorden die gebruikt worden om een stuk muziek af te sluiten. Het is als het ware een muzikale punt achter een zin of een alinea. Op het einde van een lied hoor je dat de muziek echt stopt en niet verder moet gaan.
Muzikale zin Een muzikale zin is een stukje melodie dat samen hoort, net zoals een zin in taal. Vaak hoor je een kleine pauze voor de volgende muzikale zin begint. Een kort stukje van een lied dat je in één adem kan zingen.
Interval Een interval is het verschil tussen twee tonen. Sommige tonen liggen dicht bij elkaar, andere verder uit elkaar. Het verschil tussen do en re is klein, tussen do en sol groter.
Thema Het thema is de hoofdmelodie of het belangrijkste muzikale idee van een muziekstuk. Vaak hoor je dit meerdere keren terugkomen. De herkenbare melodie van een film of tekenfilm.
Sopraan De sopraan is de hoogste zangstem. Hoge kinderstemmen of de stem van een vrouw.
Alt De alt is een lagere vrouwen- of kinderstem. Leerlingen die lager zingen dan de sopraan.
Tenor De tenor is een hoge mannenstem.
Bas De bas is de laagste mannenstem.
Intro De intro is het begin van een lied of muziekstuk. Een instrumentale opening voor er gezongen wordt.
Outro De outro is het einde van een lied of muziekstuk.
Bridge Een bridge is een stukje muziek dat twee delen van een lied verbindt. Een afwisseling tussen refrein en strofe
Symfonie Een symfonie is een groot klassiek muziekstuk voor orkest.
Opera Een opera is een voorstelling waarin verhaal en zang gecombineerd worden. De opera Carmen, The Barber of Seville
Concerto Een concerto is een muziekstuk waarbij één instrument centraal staat en begeleid wordt door een orkest. Een viool die solo speelt terwijl een orkest de begeleiding verzorgt.
Rondo Een rondo is een muziekvorm waarbij hetzelfde stukje muziek telkens terugkomt tussen andere stukken door. A-B-A-C-A.