6.2.2 De leerlingen kennen de bouwstenen van muziek: ritme, tempo, dynamiek, structuur/vorm, klankkleur, samenklank.

Gepubliceerd op 20 mei 2026 om 16:23

Begrippen uit de minimumdoelen

Begrip Uitleg Voorbeeld
Ritme Ritme is het patroon van korte en lange klanken in muziek. In de handen klappen op het ritme van een lied.
Tempo Tempo geeft aan hoe snel of traag muziek gespeeld wordt. Een rustig slaapliedje heeft een traag tempo, een danslied een snel tempo.
Dynamiek Dynamiek gaat over hoe luid of stil muziek klinkt. Muziek kan veranderen van zacht naar luid of omgekeerd. Een lied dat zacht begint en steeds luider wordt.
Structuur/vorm De structuur of vorm van een lied toont uit welke delen het lied bestaat en in welke volgorde die terugkomen. Intro – strofe – refrein – strofe – refrein.
Klankkleur Klankkleur betekent dat elk instrument of elke stem een eigen typisch geluid heeft. Daardoor herken je vaak meteen welk instrument je hoort. als twee verschillende instrumenten exact dezelfde noot, even hard (dynamiek) en even lang (tempo/ritme) spelen, klinken ze toch heel anders. Dat verschil noem je klankkleur.
Samenklank Samenklank betekent dat meerdere tonen of geluiden tegelijk klinken. Foto

Richtinggevende woordenschat: 

Begrip Uitleg
Refrein is het stukje van een lied dat meerdere keren terugkomt. Vaak is dit het deel dat het makkelijkst blijft hangen en dat je snel kan meezingen.
Strofe is een stukje van een lied waarbij de tekst meestal verandert. De melodie blijft vaak hetzelfde, maar het verhaal gaat verder.