Begrippen uit de minimumdoelen
| Begrip | Uitleg | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Ritme | Ritme is het patroon van korte en lange klanken in muziek. | In de handen klappen op het ritme van een lied. |
| Tempo | Tempo geeft aan hoe snel of traag muziek gespeeld wordt. | Een rustig slaapliedje heeft een traag tempo, een danslied een snel tempo. |
| Dynamiek | Dynamiek gaat over hoe luid of stil muziek klinkt. Muziek kan veranderen van zacht naar luid of omgekeerd. | Een lied dat zacht begint en steeds luider wordt. |
| Structuur/vorm | De structuur of vorm van een lied toont uit welke delen het lied bestaat en in welke volgorde die terugkomen. | Intro – strofe – refrein – strofe – refrein. |
| Klankkleur | Klankkleur betekent dat elk instrument of elke stem een eigen typisch geluid heeft. Daardoor herken je vaak meteen welk instrument je hoort. | als twee verschillende instrumenten exact dezelfde noot, even hard (dynamiek) en even lang (tempo/ritme) spelen, klinken ze toch heel anders. Dat verschil noem je klankkleur. |
| Samenklank | Samenklank betekent dat meerdere tonen of geluiden tegelijk klinken. | Foto |
Richtinggevende woordenschat:
| Begrip | Uitleg |
|---|---|
| Refrein | is het stukje van een lied dat meerdere keren terugkomt. Vaak is dit het deel dat het makkelijkst blijft hangen en dat je snel kan meezingen. |
| Strofe | is een stukje van een lied waarbij de tekst meestal verandert. De melodie blijft vaak hetzelfde, maar het verhaal gaat verder. |