Hier vind je per minimumdoel de bijhorende begrippen en woordenschat. Elke term wordt uitgelegd en verduidelijkt met een voorbeeld.
6.2.2 De leerlingen kennen de bouwstenen van muziek: ritme, tempo, dynamiek, structuur/vorm, klankkleur, samenklank.
6.2.3 De leerlingen kunnen variaties in tempo, versnellen/vertragen, onderbreken uitvoeren.
6.2.4 De leerlingen kunnen meerstemmige melodieën met aangepast stembereik zingen.
6.2.5 De leerlingen kunnen variaties in dynamiek toepassen.
6.2.6 De leerlingen kunnen eenvoudige muziekvormen herkennen. (bv. herkennen van een rondo-vorm)
6.2.7 De leerlingen kunnen families van instrumenten onderscheiden.
6.2.8 De leerlingen kunnen samenklank herkennen.
6.2.9 De leerlingen kennen de volgende begrippen: musiceren, de grafische partituur, de koebel, de Orff-instrumenten
.